Rekentechnische uitgangspunten
Op 21 mei heeft de gemeenteraad de financieel technische uitgangspunten vastgesteld, die als basis dienen voor deze begroting.
De volgende algemene uitgangspunten gelden voor de programmabegroting 2027 en de meerjarenramingen 2028-2030:
- De programmabegroting moet voldoen aan wettelijke vereisten. De programmabegroting 2027 moet voldoen aan de algemene bepalingen zoals deze zijn opgenomen in het burgerlijk wetboek, en de meer specifiekere bepalingen zoals vermeld in het besluit begroting en verantwoording en de gemeentewet.
- De gemeenteraad moet op basis van de begroting gefundeerde besluiten kunnen nemen. Daarnaast is het van belang dat het college op basis van de Programmabegroting duidelijk wordt geautoriseerd tot het doen van uitgaven. Niet alleen moet duidelijk zijn hoeveel het college uit mag geven, ook moet duidelijk zijn welke maatschappelijke effecten de gemeenteraad nastreeft. Tot slot is de Programmabegroting van belang voor derden. De provincie toetst de begroting en de burgers kunnen in de begroting zien hoe de gemeente omgaat met de beschikbare middelen.
- De Programmabegroting 2027-2030 wordt opgesteld op basis van bestaand beleid. Dit wil zeggen dat de Programmabegroting 2026 inclusief de besluiten genomen tot en met de Perspectiefnota 2026 als startpunt dient voor de Programmabegroting 2027. Verder wordt binnen het bestaande beleid rekening gehouden met financiële ontwikkelingen die veroorzaakt worden door autonome groei (areaaluitbreiding), o.a. mutaties in de voorzieningen bijstand, WMO en leerlingenvervoer.
De raad dient te weten op welke basis de prognoses van de begroting berusten en dient de bijbehorende rekentechnische (financiële) uitgangspunten te bekrachtigen. De meest relevante rekentechnische factoren zijn de te ramen loon- en prijsstijging, inflatiecorrectie, rente en de mutaties van het aantal inwoners, woningen en uitkeringsgerechtigden.
Financieel-technische uitgangspunten opstellen programmabegroting 2027-2030
Vanuit de rijksoverheid en macro-economisch gezien zijn er ontwikkelingen die van belang zijn voor de begroting en het meerjarenperspectief. Deze ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds, zijn een gegeven. De effecten van de septembercirculaire verwerken we in de begroting 2027.
a. Bestaand beleid
Bestaand beleid is dat structurele ramingen worden doorgezet en aangepast aan autonome ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld areaaluitbreidingen of contractueel afgesproken indexeringen. Aan deze autonome ontwikkelingen liggen dus geen beleidswijzigingen ten grondslag.
De bepaling van de nominale ontwikkelingen, in het bijzonder de verwachte loon- en prijsstijging, wordt gebaseerd op gegevens zoals die zijn opgenomen in de meicirculaire 2026.
Voor de samenstellingen van de ramingen 2027 en volgende jaren wordt voorgesteld de volgende uitgangspunten te hanteren.
b. Loonstijging
In de gemeentelijke bijdrage aan de Werkorganisatie Druten Wijchen (WDW) is de loonwaarde van de ingebrachte formatie verwerkt. Bij de samenstelling van de begroting 2027 wordt uitgegaan van de voor 2027 geraamde personele lasten van de WDW. In de gemeentelijke begroting wordt gerekend met de loonstijging zoals deze bekend is bij de samenstelling van de begroting 2027 van de WDW. Daarbij wordt voor het jaar 2027 rekening gehouden met een indexering van 5,1%.
c. Prijsstijging
Voor het saldo van prijsgevoelige uitgaven minus prijsgevoelige inkomsten, niet zijnde belastingen/heffingen/rechten, wordt prijscompensatie toegepast. De compensatie is gebaseerd op de prijsmutatie bruto binnenlands product (bbp) uit de meicirculaire 2026. De gemeente Druten hanteert bij de doorrekening voor de begroting 2026 vooralsnog een prijscompensatie van de hierin genoemde 2,5% voor jaarschijf 2027. De verhoging van de index wordt dan meegenomen in de berekening van de algemene uitkering(opbrengstenkant). Dit effect van de verhoogde index aan de kostenkant wordt verwerkt via de conceptbegroting 2027-2030. Omdat in de septembercirculaire de index is verhoogd naar 3,0, hebben we hier een stelpost voor opgenomen.
d. Loon- en prijsaanpassing gesubsidieerde instellingen/ gemeenschappelijke regelingen Voorgesteld wordt om voor subsidies dezelfde prijsstijging te hanteren als onder punt c. (2,5%). Voor de subsidies aan de welzijnsorganisaties Stichting MeerVoormekaar, MEE, Sterker Sociaal Werk, WijkGGZ, Ixta Noa, RIBW en Pro-Persona Connect is vanaf 2025 aangesloten bij de regionale indexatie zoals het ROB (Regionaal Ondersteunings Bureau) deze in het derde kwartaal 2026 vaststelt voor 2027 voor alle regionaal gecontacteerde zorgaanbieders. Deze index is verwerkt in de begroting 2027-2030.
Voor de gemeenschappelijke regelingen zijn de financiële begrotingsrichtlijnen 2027 regio Nijmegen vastgesteld. De Portefeuillehouders Financiën uit de regio hebben besloten om: “De GR-en rekening te laten houden met een indexering van de gemeentelijke bijdragen voor de begroting 2027, zoals in de samenvatting van de BRN opgenomen percentages”.
Deze percentages zijn als volgt:
- GGD: 4,91%
- VRGZ: 1,05%
- ODRN: 4,13%
- MGR: 4,15%
- MARN: 4,15%
Op basis van de ingediende conceptbegrotingen 2027 van de diverse GR-en hebben we de financiële gevolgen verwerkt via de perspectiefnota 2026.
e. Inflatiecorrectie
In de bestaande methodiek worden belastingen/heffingen en rechten waardevast gehouden. We baseren ons hierbij op hetzelfde indexcijfer als voor de prijsstijging, zijnde 2,5%. Hierbij gaan we ook uit van het percentage zoals is genoemd in de meicirculaire 2026. We stellen voor om met dit indexcijfer uit de meicirculaire 2026 te rekenen voor het begrotingsjaar 2027. Voor de onroerendezaakbelasting (OZB) houden we, naast de jaarlijkse inflatiecorrectie, rekening met een geleidelijke OZB-verhoging tot en met 2027 naar het niveau van het gemiddelde in de regio.
f. Rente
Voor af te sluiten langlopende leningen wordt voor 2027 gerekend met een rentepercentage van 3,00%. Voor investeringen wordt voor 2027 het berekende omslagpercentage van 1,5% toegepast. Op basis van een doorrekening kan dit percentage ook de komende jaren worden gehanteerd. Op dit moment is het gewogen gemiddelde rentepercentage op onze langlopende leningenportefeuille 1,2%. Gezien onze huidige lopende leningenportefeuille is het verantwoord om het rente-omslagpercentage van 1,5% eveneens in de begroting 2027-2030 te hanteren. Voor de rente op kortlopende leningen, m.n. kasgeld, wordt voorgesteld om voor de komende jaren een percentage te hanteren van 2,25%.
g. Netto-toename aantal woningen met woonfunctie
In 2025 is het aantal woningen met woonfunctie per saldo toegenomen met 97 (2024 was +261; 2023 was +568). De prognose voor 2025 was een toename van 130. We prognosticeren voor 2027 en verder een netto-toename van woningen met woonfunctie van gemiddeld 100 per jaar. Dit sluit aan bij de woningbouwafspraken conform Woondeal 2.0.
h. Aantal inwoners
Het (voorlopig) aantal inwoners per 1 januari 2026 bedraagt 20.015 (1 januari 2025:19.748). Dit betekent een bevolkingstoename van 267 inwoners. Gelet op de toename van het aantal woningen conform Woondeal 2.0 en de gemiddelde bevolkingsgroei van de afgelopen jaren wordt voorgesteld de jaarlijkse groei van het aantal inwoners hierop af te stemmen. Dit betekent een toename van 150 per jaar op het aantal inwoners.
i. Aantal uitkeringsgerechtigden
Tabel uitkeringsgerechtigden
|
Aantal uitkeringsgerechtigden |
31-12-2025 |
31-12-26 |
31-12-27 |
31-12-28 |
31-12-29 |
31-12-30 |
|
Participatiewet |
266 |
267 |
274 |
278 |
280 |
280 |
|
IOAW |
10 |
7 |
6 |
4 |
2 |
2 |
|
IOAZ |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Totaal |
276 |
274 |
280 |
282 |
282 |
282 |